06/12/2023

Building Balance is een landelijk transitieprogramma dat als doel heeft om het gebruik van biogrondstoffen versneld te introduceren en toe te gaan passen in de wereld van bouw- en vastgoed. Ook in Brabant wordt op deze wijze hard gewerkt om de missie van ‘land tot pand’ concreet vorm te geven. Rob Bogaarts is een van de programmamanagers van Building Balance die samen met twee collega’s de ‘Brabantse kar’ trekt.

 

Rob, kun je je kort even introduceren. Wie ben je en wat is jouw achtergrond?

Ik ben een geboren en getogen Brabander en woon al mijn hele leven in deze mooie provincie. Ik heb, net als mijn vader, altijd gewerkt in de woningbouwsector, omdat ik altijd gefascineerd ben geweest door hoe mensen willen en kunnen wonen. Daarnaast heb ik van huis uit meegekregen dat je respect moet hebben voor natuur en milieu. In mijn huidige werk als ketenregisseur bij Building Balance komen deze twee werelden heel mooi samen.

 

Wat is Building Balance en wat doen jullie?

Building Balance is een landelijk transitieprogramma geïnitieerd door de rijksoverheid met als doel om versnelde opschaling van het gebruik van biogrondstoffen in de bouw te bewerkstelligen. Deze versnelling draagt bij aan het behalen van de verhoogde CO2-besparingsdoelen en het aanpakken van de stikstofuitstoot die zijn geformuleerd door de politiek met als grondslag de klimaatdoelstellingen van Parijs.

 

In Brabant werken we als Building Balance daarvoor nauw samen met de Provincie Noord-Brabant en Rabobank om invulling te geven aan de missie van ‘land tot pand’. We hebben dat gespecificeerd door als startproject industrieel geproduceerd isolatiemateriaal, in zowel nieuwbouw- als bestaande woningen te vervangen, door producten als stro, vlas en hennep. Ook kijken we of de gewassen zijn te verwerken tot plaatmateriaal.

 

Deze gewassen kunnen dan weer door de landbouwsector geproduceerd worden met een lagere uitstoot van stikstof en opname CO2. Kortom, door zowel in de bouw als in de landbouwsector de verlaging van CO2 te bewerkstellingen en de uitstoot van stikstof te beperken hopen we dat bepaalde bouwprojecten die nu stil zijn komen te liggen weer vlot door kunnen. Tegelijkertijd willen we een mooi alternatief businessmodel creëren voor boerenbedrijven.

 

Een goed initiatief dat, als het project slaagt, voor iedereen goed is. Ik neem aan dat dat ook de doelstelling is van Building Balance?

Zeker, het zijn twee sectoren met hetzelfde probleem. Echter, ook twee sectoren die (een deel) van elkaars probleem kunnen oplossen. En dat doen we bij Building Balance. We brengen deze twee sectoren samen en kijken of zij elkaar kunnen helpen.

Maar ik zie ook heel duidelijk een andere belangrijke reden om hier mee aan de slag te gaan en dat is een beetje meer op idealisme gestoeld. Een ideaal dat ik overigens deel met mijn mede collega’s  omdat we alle drie uit Brabant komen. Wij hebben namelijk alle drie al een hele lange tijd het gevoel dat de leefbaarheid in Brabant onder druk staat. En dan met name wat betreft de natuur en het milieu. Ik hoef maar een rondje in mijn geliefde Peel te maken en ik ervaar letterlijk de negatieve impact die onze manier van leven heeft op de natuur.

Ik woon op dit moment zelf in Den Bosch en weet dat de luchtkwaliteit in de stad ronduit slecht is. Je mag ervan uitgaan dat dit in andere Brabantse steden niet anders is. En dat is dus ongezond. En zo kun je nog wel meer voorbeelden opnoemen. Wat ik maar wil zeggen is dat we hard aan de slag moeten gaan om dit te veranderen, willen we op een gezonde manier blijven doorgroeien.

 

 

Dat klinkt inderdaad idealistisch. Ben jij een idealist?

Ik ben een idealistische realist. Ik snap namelijk heel goed dat we als mensheid onze welvaart niet willen opgeven. Dat we de vaart der volkeren niet kunnen tegenhouden. En dat verwacht ik ook niet.

Maar ik wil wel kijken of we dat verantwoorder kunnen doen waarbij we de balans weer moeten gaan vinden en uiteindelijk bewaken tussen de economische groei, de daaraan gekoppelde welvaart en ons welzijn.

 

Je bent er van overtuigd dat een pragmatisch programma als Building Balance daar een bijdrage aan kan leveren. Dat betekent dat je met het programma ook daadwerkelijk doelstellingen hebt die je wilt halen?

Zeker, de opgave in het algemeen is om het gebruik van biologische vezels (nu 0,2% in de bouw) en andere biogrondstoffen in de bouw op te schalen naar 50% gebruik in 2040 (doelstelling City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen). En daarnaast het gebruik van CO2-intensieve primaire grondstoffen te verlagen met 50% per 2030 (Doelen Circulaire Bouweconomie).

Kijk ik naar ons eigen project, inmiddels zetten Brabantse boeren 160 hectare stro, vlas, vezelhennep en sorghum in om de keten op gang te helpen. Dertien woningcorporaties en een heel aantal   bouwbedrijven in (Zuidoost) Brabant maken zich hard voor het toepassen van de natuurlijke isolatiematerialen in bestaande woningen. De woningcorporaties hebben daarbij afgesproken dat ze bij de verduurzaming van hun woningvoorraad toewerken naar het toepassen van enkel nog biobased isolatiemateriaal in 2027.

 

Dat betekent dat je een aantal belangrijke partijen mee hebt. Maar wat moet er nog gebeuren om het proces te versnellen?

Hoewel we een goede start hebben gemaakt, zijn er nog genoeg hobbels te nemen. Op dit moment zijn de biobased grondstoffen nog iets duurder dan de traditionele materialen. Gelukkig naderen we het punt dat er geen verschil meer zal zijn en misschien dat biobased oplossingen op een bepaald moment zelfs goedkoper zullen zijn. Maar zover is het nog niet.

Daarnaast moet de industrie zich verder gaan toeleggen op het verwerken van bijvoorbeeld vezels als grondstof voor materialen. Dat vraagt innovatiekracht zonder dat het ten koste gaat van een gezond businessmodel. Dat is de uitdaging voor deze partners in de keten.

Tevens ligt er nog een rol weggelegd voor de overheid waar het gaat om wet- en regelgeving en certificering in het bijzonder. De biobased materialen moeten natuurlijk wel aan de wet- en regelgeving voldoen en aantoonbaar goed en veilig zijn. Daarvoor is certificering van belang.

Tot slot is het ook niet alleen een kwestie van kunnen, maar ook van willen. Zowel de boeren als bouwers en hun opdrachtgevers zullen er van overtuigd moeten zijn dat de keuze voor biobased verbouwen en bouwen er eentje is die een gezonde toekomst garandeert. We zullen dus nog heel veel storytelling moeten doen om biobased (ver)bouwen bij iedereen geaccepteerd te krijgen.

 

 

En vanuit het vraagstuk van de energietransitie? Draagt het project daar ook aan bij?

Zeker, niet alleen verduurzamen we op deze wijze woningen en woningbouwprojecten, maar het zal ook helder zijn dat het een heel groot verschil is of je materialen op industriële wijze produceert of laat groeien met zon, wind en regen. Ik wil iedereen dan ook heel graag attenderen op de ruim veertig spandoeken die door Brabant staan met de tekst: ‘hier groeien woningen’. Dat gebeurt dus met de energie die de natuur ons geeft.

 

 

 

Meer actualiteiten

Team ‘Stella Terra’ kiest voor niet-gebaande paden
Wim Peters kwekerijen kweekt duurzaam tomaten
Gerard en Anton Awards geven startups energie