12/07/2023

In de ruim zes jaar dat Marian van Weert als beleidsmedewerker duurzaamheid werkzaam is voor de gemeente Meierijstad, heeft zij haar werkveld behoorlijk zien veranderen. De bewustwording bij zowel bestuurders als inwoners dat je samen moet werken aan een duurzamere samenleving is  de afgelopen jaren sterk gegroeid. Ook de daaruit voortvloeiende wet- en regelgeving hebben ervoor gezorgd dat de urgentie om te komen tot een duurzaam beleid binnen Meierijstad enorm is toegenomen. Zo wil de gemeente in 2050 CO2 neutraal zijn. Onder andere door het opwekken van  duurzame energie in het buitengebied.

 

Hoe willen jullie tot een brede samenwerking tussen de gemeente, inwoners en belanghebbenden komen?

Wij beseffen als gemeente dat we deze uitdaging niet alleen aan moeten gaan. We willen daar onze inwoners en de diverse belangengroepen als ondernemers, milieugroepen, buurtraden bij betrekken. Een van de stappen die we daarvoor hebben genomen is het opstellen van beleid om te komen tot meer duurzaam opgewekte energie. Een leidraad voor de verdere planontwikkeling en uitvoering en een startpunt om tot een brede samenwerking te komen. Daarbij is het niet alleen belangrijk dat iedereen met dezelfde intenties het traject in gaat, maar het is ook belangrijk dat iedereen weet wat zijn of haar rol is.

 

Want niet iedereen ziet de toekomst van zon- en windenergie zonnig in?

Als je het mensen individueel zou vragen, denk ik dat er nauwelijks mensen te vinden zullen zijn die niet voor een duurzamere samenleving zijn. Maar als je vervolgens vraagt of zij daar offers voor willen brengen door bijvoorbeeld een zonnepark of windmolenpark in hun ‘achtertuin’ toe te staan wordt het ‘not in my backyard-principe’ al snel toegepast. En met achtertuin bedoelen we het totale buitengebied. Mensen vinden het lastig dat we als maatschappij landbouwgrond gaan gebruiken voor het opwekken van energie. Of vinden het vervelend dat het weidse vergezicht wordt verstoord. Dat snappen wij natuurlijk en we betrekken zoveel mogelijk mensen bij de vraag ‘Waar en hoe dan wel?’

 

En dan krijg je een breed scala aan oplossingen?

Er zijn ideeën en initiatieven genoeg, Zo hebben we diverse belangengroepen die zich in de discussies mengen en concreet initiatieven ontplooien. Zoals de Energie Coöperatie Meierijstad (ECM). Zij hebben als doel de inwoners van Meierijstad te informeren en voor te lichten over de energietransitie. Zij komen bijvoorbeeld ook met voorstellen over hoe we lokaal eigendom kunnen realiseren om duurzame energie op te wekken. Dus is ECM daarmee een belangrijke gesprekspartner voor ons. Ook werken we bijvoorbeeld samen met de Rabobank en Platform Ondernemers Meierijstad (POM) samen in DOE met als doel ondernemers te helpen met duurzaamheidsvraagstukken waaronder de energietransitie. Dus we doen al heel veel. Maar we vinden het niet voldoende. We hebben namelijk gemerkt dat dit soort vraagstukken toch vooral leven bij een klein deel van de inwoners. Terwijl wij het als gemeente juist belangrijk vinden dat er zoveel mogelijk mensen meepraten en meedenken.

 

 

Dus zijn jullie allerlei initiatieven gestart om mensen erbij te betrekken. Wie zouden jullie in dit kader graag aan tafel willen krijgen?

We wilden en zo’n breed mogelijke afspiegeling van de bevolking aan tafel krijgen. Dat hebben we onder meer gedaan door een inwonerpanel in het leven te roepen. Een panel waarvoor we de leden bewust selectief hebben benaderd om zo een zo goed en breed mogelijke afspiegeling te krijgen van de inwoners van Meierijstad.  In elke straat in Meierijstad kregen vier willekeurig gekozen huishoudens een uitnodiging om mee te praten over het onderwerp. Zo kon heel Meierijstad aanschuiven en niet alleen de mensen die al bovengemiddeld geïnteresseerd zijn in duurzaamheid of mensen die panelen voor hun deur vrezen. De deelnemers werden eerst geïnformeerd over zaken als wat de verplichte opgave is en welke wetten, regels en andere voorwaarden er zijn. Vervolgens werden ze verdeeld over vier groepen – elke groep mocht plannen en standpunten bedenken vanuit één specifiek belang. Zo waren er groepen namens agrariërs, omwonenden, recreanten en de gemeente.

 

Waren ook de jongeren vertegenwoordigd?

De jeugd heeft de toekomst en het gaat ook letterlijk om de toekomst van de nieuwe generatie inwoners. Dus wij hebben de afgelopen tijd ook veel energie gestoken om juist die doelgroepen te bereiken. Om jongeren tussen 12 en 18 jaar te betrekken hebben we heel specifiek de samenwerking opgezocht met drie middelbare scholen in onze gemeente. Door ze actief mee te laten denken over duurzaamheid in het algemeen en de energietransitie in het bijzonder. Ook hebben we voor de doelgroep tussen 18 en 35 jaar een design challenge uitgeschreven waarbij we jongeren en jongvolwassenen hebben uitgedaagd om creatieve oplossingen te bedenken om zonneparken buiten de bebouwde kom te kunnen realiseren.

 

 

En wat is daar uiteindelijk uitgekomen?

We zijn met name aangenaam verrast door de hoge mate van betrokkenheid van de middelbare scholieren en jongvolwassenen. Je ziet dat bij hen het besef dat het anders moet er wel degelijk is. Ook viel het op dat zij zeer met het milieu begaan zijn. De jongeren zochten het daarom vooral in praktische oplossingen als het overkappen met zonnepanelen van bestrate en geasfalteerde wegen en pleinen en het plaatsen van windmolens op hoge gebouwen die toch al het zicht belemmerden. Natuurlijk zijn niet alle plannen haalbaar, maar het geeft ons wel inzicht in hoe de jonge generatie denkt.

 

Maar is het dan wel om te zetten in beleid en vervolgens concrete planvorming en uitvoering?

Dat is natuurlijk een belangrijke vraag en voor ons als gemeente de uitdaging om op die vraag zo goed mogelijk antwoord te geven. Wat we in ieder geval wel hebben geconstateerd is dat we de regie moeten nemen en daarbij de mensen mee moeten nemen in wat we aan het doen zijn. Daarbij is communicatie van essentieel belang. We willen dan ook benadrukken dat de feedback van de andere stakeholders zeker zo belangrijk is als hetgeen wij bedenken. Draagvlak is essentieel voor het slagen van de plannen. We kunnen het daarbij niet iedereen 100 procent naar de zin maken. Als we het er echter met zijn allen over eens zijn dat de gekozen oplossingen de beste zijn, hebben we een meer dan gezonde basis om te werken aan een duurzamere samenleving.

 

En hoe nu verder? Ik neem aan dat het wat betreft het energieplan niet bij plannen alleen blijft?

We hebben als gemeente de afgelopen jaren al niet stilgezeten waar het gaat om duurzaamheid en de energietransitie. Ik durf zelfs wel te stellen dat we vooroplopen in vergelijking met andere gemeenten. En daar gaan we nu nog actiever mee verder. Zo gaan we een lokaal investeringsfonds opzetten waar we zaken uit kunnen bekostigen. Maar we hebben ook input gekregen vanuit inwonerpanels. Zo toetsen we serieus de haalbaarheid van een gemeentelijk energiebedrijf waarbij de opbrengsten van de duurzaam opgewekte energie ten goede komt aan de inwoners. Ook met een tweede initiatief om de capaciteit van mono-vergisting (groen gas uit koeienmest) te vergroten, zijn we concreet aan de slag. Kortom, concreet en minder concreet liggen er plannen. We gaan nu met iedereen verder in gesprek om het beleid zo goed mogelijk handen en voeten te geven. Want we kunnen en willen dit niet alleen doen. Het gaat immers om de toekomst van onze gemeente en haar inwoners. Een gemeente waar het goed en dus ook duurzaam wonen, werken en leven is. En daar is het duurzaam opwekken van energie, in het kader van de energietransitie, een belangrijke schakel in.

 

Meer actualiteiten

Team ‘Stella Terra’ kiest voor niet-gebaande paden
Building Balance laat woningen groeien
Wim Peters kwekerijen kweekt duurzaam tomaten